Bericht voor Annette en Harry Schaap

Ik kreeg op vijf november een e-mailtje van een zekere Annette Schaap en haar man Harry die hun zoon zijn verloren. Ik schreef hen terug, maar het e-mailadres is blijkbaar niet correct. Als jullie dit lezen Annette en Harry, stuur mij een ander e-mailadres, dan kan ik mijn woorden aan jullie alsnog versturen. Lieve groet, Mirjam

Ik heb al zolang niet meer op mijn blog geschreven, dat ik helemaal niet meer weet hoe alles in elkaar steekt. Dit zou een tekst moeten worden binnen de afdeling Een krasse eeuw, het boek over mijn vader. Dat heet nu nog: Schaje Rothenstrauch: een leven van lernen. Geen idee hoe dit nu te veranderen.

 

T & T vredig tegen elkaar aan liggend

IMG_0118

In mijn boek Tonio’s blik. Focus op zijn katten zijn uiteraard veel foto’s gepubliceerd van Tonio’s lievelingen, Tygo & Tasha. Maar er zijn ook foto’s die er niet in staan. Niet, omdat ze zijn afgekeurd, ook niet, omdat ik er niks bij wist te vertellen. Nee, er lag een puur praktische  reden aan ten grondslag: het boek zou te dik worden.

Maar dan is er tegenwoordig altijd nog het internet waarop je kunt publiceren. Daarom zal ik met enige regelmaat foto’s van Tygo & Tasha op mijn blog plaatsen. Maar… nieuwe foto’s, door mij gemaakt van IJsbrandt en Tasha, zullen zeker niet ontbreken.

Op bovenstaande foto heerst er nog vrede tussen T & T. Het is weer zo’n foto die precies het verschil in karakter tussen broer en zus uitbeeldt: Tasha de waakzame, ‘wat moet je’; blik; Tygo, die geheel vertrouwend op zijn zus, met een lichtelijk verstoorde blik in het niets staart. Ze liggen op Tonio’s bed, in zijn jongenskamer, thuis in de Johannes Verhulststraat. Ik weet dat, omdat ik het beddengoed herken. Hoe zo herken ik het beddengoed? Het is wit, saaier kan het niet. Juist daarom: dat kenmerk zorgt voor een duidelijk onderscheid met onze andere dekbedhoezen, slopen en onderlakens.

Toespraak Eva Jinek bij de presentatie van Tonio’s blik

‘Mijn coming out als kattenvrouwtje heb ik nu bijna een jaar geleden gehad, vorig jaar zomer. Toen maakte ik een kattenspecial van mijn eigen programma. Ik denk dat het toen wel echt duidelijk was.

In dat programma heb ik onder andere met Geert Wilders gepraat over hoe onze katten, politiek gezien, in het leven stonden: ik zei dat ik me zorgen maakte omdat mijn katten te links georiënteerd waren. Ik kan me niet precies herinneren of hij daar een oplossing voor had.

Veel mensen namen die uitzending bijzonder serieus. Daar had ik dan weer nog veel meer plezier van. Maar los van alle gedoe, ik had in ieder geval, voor eens en voor altijd, publiekelijk bekend gemaakt dat ik een kattenvrouwtje ben, en dat lucht enorm op, kan ik jullie vertellen.

Even heb ik getwijfeld of het verstandig was, gezien mijn baan en de gasten die ik doorgaans interview; ik weet niet hoe Mark Rutte het vindt om door een kattenvrouwtje geïnterviewd te worden, maar elke kattenman of -vrouw hier in de zaal begrijpt dat kattenliefde oneindig veel belangrijker is dan iets tijdelijks als een carrière.

Het is heel gek wat er dan gebeurt: heel veel mensen raakten verstrikt in razernij omdat ik met Geert Wilders over katten had gesproken, maar vooral: ik werd overal aangeklampt door hele volksstammen die de kattenliefde met mij delen. Het is een soort genootschap, een gigantische stille groep waar je dan plotseling toe behoort en eigenlijk kun je ook niks meer fout doen in de ogen van al die miljoenen andere kattenliefhebbers. Kortom, een wijze les: ik had mijn coming out als kattenmens jaren geleden moeten hebben.

En je ziet ook vandaag weer waar dat allemaal toe leidt: ik kende Mirjam niet persoonlijk, maar de kattenliefde heeft ons bij elkaar gebracht en nu sta ik hier. Wat ik heel eervol vind, en tegelijkertijd ook heel moeilijk.

Ik had zo graag gehad dat niet Mirjam maar Tonio dit boek had gemaakt. Een Tonio van rond de dertig die inmiddels een gevestigde fotograaf zou zijn, een kunstenaar, die alle bezwaren van zich af zou schudden en een compleet onverholen schaamteloos kattenboek zou publiceren.

En dat hij dan bij zijn moeder thuis aan de keukentafel zou zitten en zeggen: “Mam, mijn boek komt binnenkort uit, aan wie moet ik in godsnaam het eerste exemplaar overhandigen?” En dan zou Mirjam zeggen: “Ik weet het! Aan die gekke Eva Jinek, die vindt dat wel leuk!”

En dan zou Tonio mij mailen Geachte mevrouw Jinek, en dan zou ik schrijven zeg maar ‘jij’ alsjeblieft en dan zouden we een biertje drinken en praten over hoe lekker kattenpootjes ruiken, hoe zalig het is als die kleine pootjes over je heen lopen, hoe godsgruwelijk schattig die katten kunnen zijn, zo erg dat je ze soms uit liefde wil vermorzelen.

In die geest sta ik hier. 

 Mirjam heeft er in ieder geval voor gezorgd dat we voor altijd door de ogen van Tonio kunnen kijken, en precies zien wat HIJ zag toen hij zo liefdevol naar zijn katten keek.

Dank jullie wel.’

Eva Jinek, 24 april 2018

Interview in de HUMO

Ik hoop dat onderstaand interview met mij in de HUMO leesbaar op mijn blog terecht komt.  Misschien kan anders iemand die dit ziet en meer verstand heeft van een Mac, mij daarbij kan helpen.

Waarom moet een integeer en goed afgenomen interview (door Frederick Vandromme) ontsierd worden door zo’n platte koptekst in vette letters, zelfs het eerste de beste roddelblad onwaardig?

Enfin, mijn laatst geschreven blog ging over de ‘kwestie’ Abou Jahjah. Hierbij realiseerde ik mij in het geheel niet dat mijn woorden tot in België zouden doordringen. Beetje naïef, Mirjam. Maar goed, vervolgens stond er een stuk over mijn stellingname in het Vlaamse dagblad ‘De Morgen’, waarop HUMO zich bij mij meldde. Of ik een interview wilde geven, ook vanwege de film ‘Tonio’ die daar in de bioscopen was gaan draaien. Ik zei dat toe, maar wel onder voorwaarde dat het gesprek ook over mijn nieuwe roman De stalkster moest gaan. Zo geschiedde. Het was een telefonisch interview, wat best wel ongemakkelijk is, maar Frederick Vandromme heeft een net stuk afgeleverd. Alleen dus die kop, maar daar is de interviewer niet verantwoordelijk voor.

Dat Abou Jahjah nu ook als gastredacteur aan de slag gaat bij het studentenblad Propria Cures stemde mij niet geruster. Ik ben verplicht waakzaam te blijven ten opzichte van mogelijk antisemitisme voor mijn vader die als vreemdeling in dit land tot aan zijn dood  (101 is hij geworden) moest leven zonder verdere familie: ouders en drie zussen vermoord door de Nazi’s. Voor mijn moeder die twee zussen verloor en voor Tonio die joods was.

0001.jpg

Bezige Bij, laat van je horen!

Ik dacht dat er van Dyab Abou Jahjah ‘alleen’ een bij voorbaat omstreden pamflet, Pleidooi voor radicalisering, zou worden uitgegeven. Maar ik begrijp na het lezen van een interview met hem in de Volkskrant van donderdag 17 november dat hij de nieuwe uitgever wordt van de Bezige Bij, want wat zegt hij: ‘Als de uitgeverij echt een verzetsuitgeverij is, dan hoor ik juist daar. En daar horen Leon de Winter en Jessica Durlacher niet bij.’ DAJJ die zijn eerste boekje uitbrengt bij De Bezige Bij, neemt meteen de leiding over. Komt dat even goed uit. De Bezige Bij zit al tijdenlang zonder uitgever. Nadat de vorige, Henk Pröpper, zijn handtekening had gezet onder het contract van het uit te geven pamflet van Abou Jahjah, barstte daarover in de media de hel los. Abou Jahjah zou een antisemiet zijn; nee, verdedigde zijn voorstanders en hijzelf, hij was antizionist. Schrijver Leon de Winter liet direct weten bij De Bezige Bij weg te gaan. Zijn vrouw Jessica Durlacher besloot haar eerstvolgende boek bij een andere uitgever onder te brengen en dan te kijken hoe de zaken er bij De Bezige Bij voorstonden, net als Tommy Wieringa. Een coulante opstelling, leek mij. Ondertussen had Henk Pröpper zich ziek gemeld.

Ik ging ervan uit dat De Bezige Bij wel een reactie zou laten horen na de uitspraak van Abou Jahjah over haar auteurs Jessica Durlacher en Leon de Winter die er een lange staat van dienst hebben. Maar nee, er heerst doodse stilte van de kant van de uitgeverij. Ik heb althans nergens enige kritische woorden gehoord. Door hierover te zwijgen lijkt De Bezige Bij in te stemmen met de redenering van Abou Jahjah. Ze heeft in ieder geval alle schijn tegen zich.

Iemand die in hetzelfde interview de Israëlische vlag gelijkstelt aan het antisemitische symbool bij uitstek, een hakenkruis, diegene is niet zomaar een anti zionist, maar een regelrechte antisemiet.

Duitse recensie over ‘De stalkster’ door de studente Nederlands Hanna Steger uit Duisburg-Essen

„De Stalkster“ Mirjam Rotenstreich

Das Buch hat bei mir von der ersten Seite an immer wieder Fragen aufgeworfen, was zu einem Weiterlesen führte, da ich die Fragen beantwortet haben wollte. Die Fragen die sich mir stellen waren eher allgemeine wie z.B. Warum passiert das jetzt? Oder was hat das mit den Vorkommnissen zu tun? Die Geschichte beginnt im Jetzt, aber dann werden erstmal Rückblicke erzählt, was durchaus positiv ist, da sonst Zusammenhänge nicht deutlich wären. Jedoch sind die Rückblicke nicht gekennzeichnet, so dass es teilweise schwierig ist den Zeitsprüngen zu folgen. Da Niederländisch nicht meine Muttersprache ist, habe ich mich gefragt, ob es deswegen manchmal schwierig war den Zeitsprüngen zu folgen. Eine Frage die sich mir relativ lange gestellt hat, war: Wieso heißt das Werk „De Stalkster“. Dies wurde aber im Laufe des Buches deutlich und der Titel erscheint einleuchtend und passend, obwohl ich nur vom Titel ausgehend etwas anderes erwartet hätte.

Faszinierend war, dass es immer wieder unerwartete Wendungen im Handlungsverlauf gab. Aber auch die Entwicklung der Hauptfigur war nicht vorhersehbar, so dass es zu einem anderen Schluss des Buches kam. Doch eigentlich war nicht nur der Schluss anders als erwartet, sondern die gesamte Geschichte. Diese unerwarteten Wendungen sorgen für eine Art Spannungsaufbau und dafür, dass man von dem Buch in einen Bann gezogen wird, da man wissen will wie es weitergeht und was eigentlich genau geschehen ist bzw. was genau die Hauptfigur, Elsemijn vor hat.

Die Thematik ist sehr vielseitig und reicht von einer Liebesbeziehung über Tod und Verlust hin zu einer psychischen Besessenheit. Ich würde das Buch als gelungen bezeichnen, da die unerwarteten Wendungen den Leser fesseln. Und die Thematik etwas darlegt, was jeder Mensch nachempfinden kann, nämlich die Trauer um einen geliebten Menschen. Rotenstreich lässt deutlich werden, zu was Menschen fähig sein können, wenn sie mit ihrer Trauer und dem Verlust nicht fertig werden und niemanden haben, der sie auffängt. cropped-profielfoto-de-stalkster.jpg

De Noorman/Noorderlicht

Over publiciteit rondom mijn nieuwe roman De stalkster heb ik niet te klagen. Maar het is de interesse vanuit specifiek één hoek die mij persoonlijk raakt: een interview in Noorderlicht, het tijdschrift van ‘De Noorman’: ‘Dé onafhankelijke vereniging voor de Noorse Boskat liefhebber.’

Vanaf het moment dat Tygo & Tasha bij ons woonden, hebben we jarenlang een abonnement gehad op Noorderlicht. Volgens zijn we ermee opgehouden toen Tonio op zichzelf ging wonen. Ook daaruit valt te concluderen dat  de Noorse Boskat op de eerste plaats een ‘project’ van Tonio was.

Tonio had het dan ook prachtig gevonden dat T & T via een omweg in dat blad terecht zouden komen. Niet vanwege een wedstrijd die ze als mooiste Noorse Boskat gewonnen hadden, daar was Tonio mordicus tegen, maar om wie ze zijn en welke plek ze in ons gezin innamen en nog steeds innemen bij Adri en mij.

Daarom is de ruimte die ik in Noorderlicht toebedeeld krijg mij zeer, zeer lief. Tonio zal er, samen met zijn lievelingen T&T, prominent in woord en beeld aanwezig zijn.

In De stalkster

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA
KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Tonio's grote liefde: Tygo
Tonio’s grote liefde: Tygo

De stalkster

profielfoto-de-stalkster

Orpheus mocht zijn gestorven vrouw Eurydice uit de onderwereld wegvoeren, terug naar het leven, op voorwaarde dat hij tijdens die tocht niet over zijn schouder naar haar zou omkijken. Hij kon de verleiding niet weerstaan – en verloor haar voor eeuwig. Dat is de mythe. Maar is het in onze werkelijkheid bij hoge uitzondering ook mogelijk om een gestorven geliefde uit de dood terug te halen? Elsemijn is, op het krankzinnige af, ontroostbaar na de moord op haar grote liefde Binck. Dat hij orgaandonor blijkt, en zijn nog warme lichaam wordt ‘leeggeroofd’, brengt Elsemijn op een wanhopig idee. Zij heeft namelijk in haar rouw maar één doel: een laatste keer de hartenklop van Binck voelen. De realisering van haar plan is ingewikkeld en grenst aan het onmogelijke – maar haar verlangen is te overweldigend om de hartverscheurende poging niet te wagen.

Een lezersreactie:

Bij de eerste paar hoofdstukken dacht ik oh het is een thriller maar niets is minder waar De stalkster is gewoon min of meer een realistisch verhaal over een zéér actueel onderwerp namelijk donor zijn of niet zijn en de gedachten die je kunt hebben bij het afstaan van bv een donor hart. Onderdelen van je eigen lichaam die na je dood ” voortleven” in het lichaam van een ander… dat is een vreemd gevoel en dat maakt dat je twijfels hebt over het wel of niet donor worden. En……zoals je onlangs tegen mij zei ” met het verliezen van je kind verlies je een stuk van je eigen lichaam” ! En je redacteur heeft gelijk die rode draad loopt door je boek “Stalkster”! Je had het verlies en je gevoelens (ongewild?)omtrent Tonio niet beter kunnen omschrijven ……een Top roman.