Cypri’s laatste rustplaats: in een wijnkistje

cypri in wijnkisteje

Cypri lag hier op het zachte kussen van de rotan fauteuil in mijn werkkamer: haar lievelingsplek. Ik zag mijzelf en Tonio, hoe we over haar heen gebogen stonden, haar aaiden, haar onder de kin krabbelden en lieve woordjes tegen haar zeiden: alles, om haar zoveel mogelijk te vertroetelen in afwachting van de dierenarts.

Even daarvoor waren Tonio en ik bij de luxe wijnhandel, ‘De Gouden Ton’, op de Koninginneweg, geweest om een houten kistje te kopen.

Het gezicht van de verkoper lichtte op toen hij mij binnen zag komen. Op dat moment realiseerde ik me dat ik hier al heel lang niet geweest was, terwijl Adri en ik ons in de loop van de jaren heel wat flessen bijzondere wijnen, door de wijnhandelaar aangeraden, goed hadden laten smaken. Niet dat we naar de concurrent waren overgelopen. Gewoon een kwestie van verandering van voorkeur voor drank: vodka en Gin-tonic. Toch gaf het me een ongemakkelijk gevoel.

‘Mevrouw van der Heijden, (Hij kende mijn achternaam niet. Die van Adri natuurlijk wel) wat mag ik voor u doen,’ vroeg de verkoper enthousiast, terwijl hij zich in zijn handen wreef.

‘We zijn op zoek naar een houten kistje,’ zei ik, en zag Tonio heftig met zijn hoofd knikken.

‘Ah, wijn cadeau doen, dat heeft altijd iets feestelijks. Is het voor één fles?

‘Uh… nee… , voor twee of drie,’ zei ik, terwijl ik me inmiddels rot geneerde.

De winkelier dook onder de toonbank om met twee formaten kistjes weer tevoorschijn te komen.

‘Wat denk je, Tonio,’ zei ik, terwijl ik me snel naar hem omdraaide, te schijterig om de verkoper in de ogen te kijken.

‘Die voor twee is groot genoeg,’ zei Tonio stellig.

De verkoper legde de kist voor drie flessen opzij.

‘Nu komt de belangrijkste vraag: met welke wijn wilt u het graag gevuld hebben?’

Godzijdank nam Tonio, alsof het volkomen vanzelfsprekend was, het woord en hij begon, zonder ook maar enige scrupule, over Cypri te vertellen, dat we haar straks zouden laten inslapen om haar vervolgens in het kistje in onze tuin te begraven.

Het gezicht van de verkoper verstrakte. Hij was duidelijk van zijn á propos gebracht. Maar hij herpakte zichzelf snel.

‘Nooit eerder gehoord, deze bestemming voor één van onze mooie wijnkistjes, maar goed idee,’ zei hij tegen Tonio en gaf hem, ietwat geforceerd, een klapje op zijn schouder. ‘Je weet zeker dat deze groot genoeg is?’ vervolgde hij.

‘Hij is vet cool,’ was Tonio’s enige reactie.

De verkoper deed voor hoe je het middenschotje van de kist er zonder moeite kon uithalen, vroeg of we er ook wat stro bij wilden hebben, wat we afsloegen, duwde Tonio het ‘tweepersoons’ kistje in zijn handen, wenste ons heel veel sterkte en zonder te hoeven betalen stonden wij, voor we er erg in hadden, weer buiten.

Waren het dan toch de vele oude Barolo’s Riserva, door Adri hier in de loop van de jaren heen vandaan gehaald, die hadden meegespeeld bij dit sympathieke gebaar? Alles wees er tenslotte op dat dit bezoek van Tonio en mij aan de wijnhandel zeker geen garantie was voor een hernieuwd innig contact tussen ‘De gouden ton’ en Adri. Trouwens, onze flessen hoefden nooit in een kistje. We dronken de wijn lekker meteen zelf op.

De verkoper wilde ons gewoon snel kwijt, dat leek me een veel plausibelere verklaring. Hij vond het een onsmakelijk idee, een dode kat in één van zijn wijnkistjes. Gaf hem eens ongelijk, dacht ik. Op dat moment viel het me ineens op hoezeer zo’n wijnkistje leek op een echte grafkist, ook gemaakt van blank vurenhout. Op begrafenissen stoorde ik me er aan dat de nabestaanden bijna altijd voor één van de goedkoopste soort laatste behuizing van hun dierbare kozen.

Ik keek weer naar de foto met Cypri en vroeg me af of de ietwat berustende blik die uit haar ogen sprak, verraadde dat ze op dat moment al wist wat er komen ging. Een kat mocht dan wel slechts hersenen hebben ter grootte van een erwt – zoals Tonio altijd plagerig zei als ik weer eens op juichende toon vertelde wat Cypri nu weer voor geweldigs had gedaan – iets goed aanvoelen deed ze als geen ander.

Gek, je dacht je kat na zestien jaar door en door te kennen en toch sloeg daar ineens de twijfel toe. Lag Cypri daadwerkelijk te wachten op de dierenarts die haar zou laten inslapen?

Rond 1998, dus jaren voor haar door ons vastgesteld moment van overlijden, kreeg Cypri last van een vergroeide ruggenwervel, waarna de voorgeschreven pijnstillers op den duur suikerziekte veroorzaakte, wat vervolgens leidde tot een niet te stillen dorst, terwijl ze tegelijkertijd steeds minder grip had op haar blaasspieren

In die periode, toen ik vooral bezig was te bedenken hoe ik het proces, waarin het huis in een soort openbare kattenbak dreigde te veranderen, tot stilstand kon brengen, worstelde Cypri met die vernederende momenten van het ongecontroleerd lozen van haar urine: op het tapijt in de woonkamer, op ons beddek, op de traploper, op de keukenvloer, etc.

Cypri was hard op weg de macht over zichzelf kwijt te raken. Toen dat tot ons doordrong was de keuze haar te laten inslapen niet makkelijk, maar wel snel gemaakt.

Cypri, zoals te zien op deze foto, besefte dat aan die hopeloze situatie definitief een einde zou komen. Ik wist het nu zeker. Dát was wat bij haar die berustende blik veroorzaakte.

Tussen de aankomst van de dierenarts en het toedienen van het spuitje dat Cypri in een definitieve slaap zou brengen, maakte Tonio deze foto van haar.

De dierenarts excuseerde zich. Hij was vergeten ons te waarschuwen dat dieren, net als mensen, bij het intreden van de dood, meestal hun urine lieten lopen.

Het viel me ineens op hoezeer zo’n wijnkistje leek op een echte grafkist, doordat het ook van blank vurenhout gemaakt is, één van de goedkoopste soorten. Verschil: wijnkistjes waren alleen summier geschuurd, maar veel verontrustender: de naden sloten slecht op elkaar aan. Ik moest denken aan de droom van Frits van Egters in De Avonden, over een lijk dat in ontbinding was en waarvan het lijkenvocht, tijdens de verplaatsing van de grafkist over de trap, door de bodem heen sijpelde.

Snel zorgde ik voor een plastic vuilniszak op de houten ondergrond en vlijden Tonio en ik Cypri vervolgens voorzichtig in het kistje. Liet toch uitgerekend ons plaswonder helemaal droog blijven

Cypri ligt – net als Runner, Tonio’s Russische dwerghamster – tot op de dag van vandaag in onze tuin begraven, inmiddels onder een betegelde vloer. Soms vraag ik me af of er nog iets over is van het kistje.

Advertenties

2 gedachtes over “Cypri’s laatste rustplaats: in een wijnkistje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s