Cypri in wipstoeltje Tonio

 

Cypri in wipstoeltje01122015Baaffie gaat over in Cypri

Zomer 1987. Adri en ik woonden in een prachtige flat op de bovenste verdieping in ‘Huize Oldenhoek’ in de Jacob Obrechtstraat, de straat waar ik in de CIZ geboren ben. Bovendien was het de straat die de straat waar ik toen met mijn ouders en Hinde woonde, de Frans van Mierisstraat, doorsneed.

Adri was naar Frankrijk vertrokken om daar aan zijn roman Advocaat van de hanen te werken. Eerst in Arle, waar ik me na verloop van tijd bij hem aansloot, om vervolgens samen zes weken in gehuurd deel van een huis in Aix-en-Provence door te brengen. Terwijl Adri daar doorschreef aan zijn roman, werkte ik aan een eigen opgezette project voor mijn studie Nederlandes Taal- en Letterkunde: het schrijven van een literatuurgeschiedenisboek in de vorm van een detective.

Gelukkig hadden de huiseigenaren, een echtpaar met twee zonen, twee katten waar ik me tussen het werken door mee vermaakte. De grijze heette Grizelle en de Cyperse luisterde naar de naam Popey.

Na ongeveer vijf weken, we hadden op ons bordes gegeten en zaten nog aan de wijn, nagenietend, toen Adri ineens voorstelde een kind te nemen. Een hele gebeurtenis, zou je denken, net als wanner hij mij ten huwelijk zou hebben gevraagd. Maar het was niet zo opmerkelijk als het leek. Adri had door de jaren heen regelmatig tegen mij zijn kinderwens geuit, maar tot nu toe was mijn weerwoord daarop dat ik me nog niet in staat voelde om zo’n verantwoordelijke taak op me te nemen.

Deze keer zei ik direct ‘ja’. Aan Adri’s gezicht te zien was hij helemaal overdonderd, had hij deze reactie niet verwacht. Misschien leefde hij wel met het idee dat er nooit een kind zou komen. Ik, op mijn beurt, had me in een zeldzaam lucide moment gerealiseerd dat bij al die afwijzingen van mijn kant een heel ander motief had gespeeld, dan die zogenaamde verantwoordelijkheid.

Wat zich bij mij voordeed, was de angst dat ik vanaf de geboorte van ons kind alleen nog maar moeder zou zijn, dat de hele verzorging op mij terecht zou komen. Een eigen ‘carrière’? Forget it. Maar ik deed toch niet voor niets de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde, die ik nota bene nog niet eens had afgerond. Mijn bezorgdheid was niet alleen niet ongegrond, hij was terecht.

Voor Adri was schrijven net als ademhalen: dat kon niet even stilgelegd worden, dat zou zijn dood betekenen. Maar juist deze totale overgave, deze als schrijver volkomen concessieloze manier van leven, was precies de reden waarom ik vanaf moment één wist dat ik voor altijd samen met hem wilde zijn. Nooit eerder had ik een scheppend persoon ontmoet die zo oprecht samenviel met zijn werk.

Het was daarom erg naïef van mij te denken dat met de komst van een baby verandering zou komen in Adri’s gepassioneerdheid wat het schrijven betreft. Bovendien wilde ik dat ook helemaal niet. Dan zou datgene in Adri waar ik zo van hield verdwijnen.

Het was evenwel niet voor niets dat mijn ene ‘ja’ daarom gevolgd werd door het telkens herhalen van ongeveer deze woorden: ‘Maar ik wil niet alleen voor ons kind zorgen. Ik wil ook zelf werken.’ Het werd uiteindelijk bijna een soort mantra. Adri raakte er door geïrriteerd, viel tegen me uit; dan moesten we het maar niet doen, maar uiteindelijk probeerde hij gerust te stellen met een goedbedoelde, maar even simpele als onwerkelijke – ook in de betekenis van niet werkend – oplossing van het probleem: Hij zou een draadje om zijn grote teen binden en dat naar de baby leiden. Als die onrustig werd zou Adri dat meteen aan zijn grote teen voelen. Ook zei hij de baby makkelijk in een wipstoeltje bij hem op één van zijn bureaus te kunnen zetten en zelf verder te schrijven.

Nadat we het eens waren geworden over ‘ons’ kind wilde Adri zo snel mogelijk naar huis, naar Amsterdam. Alsof de realisatie van ons plan niet in Frankrijk kon plaatsvinden. (wat achteraf wel degelijk het geval was geweest). Wel maakten we een korte tussenstop bij Adri’s ouders in Eindhoven, omdat we die afspraak al geruime tijd geleden hadden gemaakt. Daar kreeg ik een telefoontje van mijn vader: Ze hadden Baaffie moeten laten inslapen. Ze had het al lange tijd aan haar niertjes, maar haar lijden was nu echt te groot geworden.

Mijn vader zei in de jaren daarna, eigenlijk tot niet lang voor zijn dood hoe vreselijk hij het had gevonden, dat Baaffie bij hem op schoot een spuitje kreeg om in te slapen. Hij zei nooit meer zoiets te willen meemaken. Pas na mijn vaders dood begreep ik hoe het vreselijke verdriet om de dood van zijn ouders en zussen, dat hij om verder te kunnen leven, altijd verdrongen had, in die van Baaffie was gaan zitten. Mijn vader voelde zich verantwoordelijk voor de dood van zijn ouders en zussen* en ook voor Baaffie: hij wist wat er voor haar komen ging, hij had haar vermoord.

Adri, die wist hoe veel ik van Baaffie hield, kwam met het voorstel om direct naar het dierenasiel van Eindhoven te gaan, om een nieuwe kat uit te zoeken. Vervolgens koppelde hij deze actie aan onze wens een kind te krijgen: zo konden we vast oefenen op een wezen dat afhankelijk was van onze goede zorgen.

Ik koos opnieuw een cypers poesje uit en noemde haar Cypri.

Meteen de eerste nacht thuis viel ze van de wasmand in de badkuip en had ze twee gekneusde achterpootjes. Dat had tot gevolg dat ze inderdaad bijna als een baby verzorgd moest worden. Ze kon bijvoorbeeld niet zelf naar de kattenbak lopen en wilde alleen maar eten als ik haar voerde: banaan in plaats van kattenbrokjes of nat kattenvoer. Ik vroeg me af of het ooit nog goed zou komen met deze kat. Maar gelukkig, binnen een paar dagen was Cypri genezen en gedroeg ze zich volkomen normaal. Geen banaan meer voor mevrouw.

Toen negen maanden later Tonio werd geboren, liep de spanning weer even op: zou Cypri ons nieuwe gezinslid accepteren? Het eerste wat ze deed was Tonio in zijn wiegje opzoeken en besnuffelen, wat natuurlijk eigenlijk niet mocht, maar het was duidelijk als een soort welkom groet bedoeld. Vanaf dat moment ging alles goed tussen Tonio en Cypri. Op een dag troffen we haar zelfs aan in Tonio’s wipstoeltje. Of zou er toch jaloezie in het spel zijn of de wens tot annexatie dat Cypri dreef. Als je goed naar deze foto keek, zag je dat ze wel heel schuldbewust uit haar ogen keek. Of was dit weer één van de vele onzinnige menselijke interpretaties van het kattenbrein.

Advertenties

Een gedachte over “Cypri in wipstoeltje Tonio

  1. lieve mirjam, ik geniet van je verhalen hier in Argentinië. Mrt mijn iPhone is het niet handig schrijven, maar zodra ik in Nederland ben doe ik dat! Heel veel liefs voor jou en Adrie, Miriam

    Verstuurd vanaf mijn iPhone

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s