Baaffie

Baaffie27112015_2Baaffie

Het was een huishouden van Jan Steen, daar in dat piepkleine huisje aan de Benedenweg in St. Pancras waar tante Baaf en André woonden. Het keukentje bestond uit niet veel meer dan een fornuis en een aanrecht, met in de gootsteen het vuile vaatwerk dat hoog stond opgestapeld. Alles wat koel moest blijven werd in de deel gezet. Verder stond er altijd een pannetje op het petroleumcomfort, waar de geur van te lang gekookte kool – witte, rode, groene of zuurkool – uit opsteeg.
In het petieterige huiskamertje slingerde van alles rond: kranten, tijdschriften, (waaronder de Prinses en de Alkmaarsche Courant) schone was die gevouwen of gestreken moest worden, allerlei prullaria, planten, heel veel planten, breiwerkjes, enzovoort.
Het was ook een huishouden zonder kinderen, met een tante die geen echte tante was van mij en Hinde. Baaf was ook niet de vrouw van André, maar zijn huishoudster. Hoewel… er deden verhalen de ronde dat ze wel degelijk iets met elkaar hadden.
Dat rommelige huishouden vonden wij, de twee zusjes juist fijn. Als het maar even kon, snelden we naar tante Baaf, nadat we de veel te warme huiskamer van Tante en Oom waren ontvlucht. Dat echtpaar had onze moeder en één van haar zussen bij hun laten onderduiken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook Tante en Oom waren geen familie. Dat we ze Tante en Oom noemden, als waren het voornamen, benadrukte het belang van hun positie binnen ons gezin. Toch was het tante Baaf die Hinde en ik de allerliefste onechte tante vonden die er zijn kon.
Bij tante Baaf en André troffen we bijna altijd een nest jonge poesjes, wat voor Hinde en mij – beiden kattengek – één groot feest was. We vleiden ons op de grond en bleven roerloos liggen, zodat één of meerdere van die kleine donzige bolletjes zich met hun scherpe nageltjes, hakend in onze kleding, tegen ons op klauterden. Dat de meeste van die jonge poesjes uiteindelijk door André verdronken werden – in het zo protestantse St. Pancras was de pil, zelfs voor dieren, uit den boze – vonden Hinde en ik wel vreselijk, maar we schikken ons naar de mores van die tijd en die plek.
Uiteindelijk was ik het, die één van de katjes wist te redden van de verdrinkingsdood. Na jarenlang zeuren bij mijn ouders om een kat, mocht ik er uiteindelijk eentje uitzoeken uit één van de nestjes van tante Baaf. Dat werd Baaffie, die naam gaf ik het lieve Cyperse poesje.

Advertenties

Een gedachte over “Baaffie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s