‘Ooit’ Miriam (zal ik, Mirjam,over mijn vader schrijven)

Ik las net dat Miriam Gunsberg met een nieuwe roman, Ooit, komt op 24 april. Fantastisch. Dat is heel snel na haar vorige roman, Poolse tranen. Het is mooi om te zien hoe Miriam met Poolse tranen zo veel mensen heeft weten te raken en ik denk dat dit bij deze nieuwe roman ook weer het geval zal zijn. Gelukkig, Miriam verdient met haar sensitieve hart en schrijfstijl een mooi, begrijpend publiek. Dat het bereiken van lezers niet vanzelf gaat, kun je zien aan de lijst romans die Miriam voor Poolse tranen heeft geschreven. Zoals met alles geldt het ook bij het schrijven van een roman: je moet meters maken, met alleen er over dromen kom je er niet, uitzonderlijke talenten daargelaten.

Miriam en ik zijn op een bijzondere manier met elkaar verbonden. Allereerst en meest belangrijk is het – via haar vader – haar Joods Poolse achtergrond. Ook mijn vader was Joods Pools. Net als Miriams vader, heeft ook mijn vader – weliswaar op een andere manier – de oorlog overleefd; net als Miriams vader heeft hij zijn leven na de Tweede Wereldoorlog in Nederland voortgezet, en net als Miriams vader, sprak ook mijn vader nauwelijks over de oorlog en de gevolgen daarvan voor hem (en dus voor ons, zijn kinderen).

Pijnlijk duidelijk bleek afgelopen week weer wat de gevolgen kunnen zijn van dat zwijgen. Hinde, mijn zus, en ik gingen een steen bestellen voor op het graf van onze vader die op 24 julie 2014 overleden is. Het was bij voorbaat een merkwaardige ervaring. We begaven ons naar dezelfde onderneming als waar Adri en ik de steen voor op het graf van Tonio hadden laten maken, wat juist niet zo vreemd was, aangezien ik me had laten leiden door een advertentie van die onderneming die ik al zo lang ik me kon herinneren, in het NIW (Nieuw Israëlitisch Weekblad) had zien staan. Niet dat Tonio Joods werd begraven, maar omdat ik de sober zwarte stenen op Joodse graven altijd zo mooi vond, leek me het desbetreffende bedrijf een goede keuze. Zodoende was de gang van Hinde en mij naar juist die onderneming voor de steen bij het graf van onze vader heel logisch.

Daar zit je dan daar weer, iets aan te schaffen wat je helemaal niet wilt toelaten in je leven. Maar toch, het moest. Het soort steen was dus snel uitgezocht: Belgisch hardsteen, net als op het graf van Tonio, ook de letters hielden we hetzelfde, alleen wat er op de steen zou komen te staan, zou natuurlijk anders zijn. Mijn vaders naam, de plaats en de datum waar hij geboren was en de plaats en de datum waar hij gestorven was en die data ook nog eens vermeld volgens de Joodse kalender. Maar dan: de namen van zijn ouders? Dat was niet verplicht, maar wel mooi om te doen, omdat ze anders helemaal in het grote niets zouden verdwijnen. Zijn zussen dan? Dat het er drie waren hoorde ik pas toen ik hem als enige keer in zijn en dus ook in mijn leven interviewde. Zij moesten ook op de steen. Daar rees een probleem: hun namen. Zowel Hinde als ik wisten niet hoe zij heetten. Misschien dat onze vader ze ooit genoemd had, maar erom vragen? Dat kwam niet in ons hoofd op. Er werd namelijk niet gepraat over de oorlog en het leven ervoor van onze vader. We wisten alleen dat onze vader niemand meer had, het hele gezin was vermoord in een vernietigingskamp. (Welk? Ook een goede vraag) Dat gold trouwens ook voor onze moeder. Hinde en ik weten absoluut niet hoeveel ‘half’ ooms en tantes en ‘half’ nichtjes en neefjes we hebben, laat staan dat we op de hoogte zijn van verdere familie uitbreiding aan die kant van de familie. Mijn moeder had een boze stiefmoeder en dat was de reden dat we ons verdere leven afgesneden waren van die familie.

Onze vader en zijn drie zussen. Hinde en ik willen persé dat de namen van die drie ‘tantes’op de steen komen te staan. Dat wordt dus zoeken. Normaal gesproken zou ik die taak op me nemen omdat er toch nog steeds een wetenschappelijk opgeleid persoon in me schuilt: ik ben dol op uit- en opzoeken, met elkaar verbinden van zaken, deductie en inductie, etc. Alleen, ik blijk het onderwerp even niet aan te kunnen. Na mijn vorige roman, Verloren mensen waarin ik veel van mijn Joodse jeugd hebt gebruikt, voelde ik aan alles dat ik mijn verleden van Tweede Generatie oorlogsslachtoffer en mijn leven met ouders die na de oorlog op hun eigen manier die oorlog voortzette, moest afsluiten. Niet voor eeuwig, leek mij, maar voorlopig wel. De dood van mijn vader doet mij zogenaamd niets, wat onzin is en alleen komt doordat de dood van Tonio volkomen bezit van mij heeft genomen. Ik voel dat het gemis om mijn vader wel degelijk onder dat van Tonio zit te gisten en er ooit zal uitbreken. Maar nu dus even niet.

Mijn volgende roman De stalkster heeft dan ook niks met mijn verleden en afkomst te maken. Het is helemaal verzonnen: het verhaal, de personages, de – liefdes – ontwikkelingen, de – liefdes – verwikkelingen, confrontaties, alles, en dat voelt als een grote opluchting. Het verlicht de donkerte dat mijn leven beheerst sinds mijn lieve zoon er niet meer is, het tilt mij op gedurende de tijd dat ik aan mijn boek werk, het is de motor achter mijn schrijven.

Op de één of andere manier ben ik blij dat Miriam Gunsberg wél met een roman komt waar de Tweede Wereldoorlog een belangrijke, zo niet de belangrijkste rol in speelt. (ik heb het boek natuurlijk nog niet gelezen) Alsof het rust geeft te weten dat een ander het wel doet, dat oorlogsverleden onder de aandacht brengen en en onder de aandacht houden in de vorm van een roman.

O, ja, de andere manier waarop ik met Miriam Gunsberg ben verbonden is omdat ze samen met Adri, mijn man, filosofie in Nijmegen heeft gestudeerd.

Advertenties

7 gedachtes over “‘Ooit’ Miriam (zal ik, Mirjam,over mijn vader schrijven)

  1. Mirjam en Miriam, mijn moeder is Pools Joods en heeft de oorlog overleefd net als mijn opa en oma, wat op zich al een wonder is. Opa en oma inmiddels allang overleden en moeder is niet gezond en 83 jaar. Mirjam’s vader heb ik helaas niet meer mogen ontmoeten nadat wij jaren in Zuid Amerika hadden gewoond en terugkwamen naar Nederland werden we zozeer in beslag genomen door het weer opbouwen van een nieuw bestaan alhier dat, toen ik de mogelijkheid zag, hij al overleden was. Wat een gemiste kans voor mij ik had hem graag nog eens gesproken over de tijd dat hij mijn collega was en over de Pools Joodse familieleden die hij in het Warschau getto had ontmoet. Later ontdekte ik dat Mirjam samen met haar man een groot verlies heeft geleden het grootste wat een ouder kan verliezen is een kind. Hoe zij hiermee omgaan en het via schrijven proberen een plaats te geven is bewonderenswaardig. Miriam heeft een boek geschreven over iets wat ook mij altijd aangrijpt ‘Poolse tranen’ had ik nog niet van gehoord maar ga ik door deze posts zeker lezen. Het zwijgen binnen de familie is een bekend 2e of 3e generatie – gegeven wat je soms in familieverband naar de strot vliegt. Al deze stukjes helpen ons allemaal de puzzle van het leven die we aan het leggen zijn, compleet te krijgen. Dank je wel lieve Mirjam, en dank voor je boek lieve Miriam. Dikke kus van Hadassah.

    Like

  2. Lieve Mirjam, heel veel dank voor je mooie introductie van Ooit. Ja, we delen iets wat onze vroege jeugd heeft bepaald en zo ook ons hele leven: de verzwegen geschiedenis van onze Pools joodse vaders. Zij hebben beiden niet over hun verdriet, heimwee en gemis gesproken, en toch was het aanwezig als een grote afwezigheid. Als een mythe. Misschien heeft dat ons wel tot schrijvers gemaakt, tot speurders naar een ontnomen oorsprong. Wel merk ik dat jouw schrijfvuur pas echt aangewakkerd is door de dood van jullie Tonio. Tussen je woorden en regels door laat je hem in alles wat je denkt en voelt leven, en kleurt hij je blik en de blik van de lezer. Als ik aan jou en Tonio denk, verschijnt er altijd een beeld voor mijn ogen. Adri presenteerde een nieuw boek. Jij sprak hem toe. Nee, eigenlijk spraken Tonio en jij Adri samen toe, want het was of Tonio ieder woord van jou met trots en een mooie warme glans op zijn gezicht mee beleefde; als een fan die het lied van zijn idool meezingt. Jullie vormden zo’n prachtige drie-eenheid. Hoe wreed is het lot. Anders dan onze vaders spreek en schrijf jij wel over je gemis en je verdriet: Tonio is aanwezig. Heel veel mensen die hem niet kenden, zijn ook van hem gaan houden. In mijn roman Ooit, waarvan ik de plot niet wil verraden, heeft een jonge Poolse vrouw alles verloren wat haar lief was. Ook zij schrijft! Om toch nog iets te behouden. Omdat ze op een betere wereld hoopt. Ooit. (ps. Wat we ook nog delen is onze liefde voor pluimstaartkatten!)

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s